Trots op mijn rashond

“Trots op mijn rashond” is een initiatief dat is gestart om eerlijke informatie te geven over rashonden, variërend van de kynologie in de breedste zin van het woord tot individuele fokkers en afzonderlijke rassen. De rashond ligt tegenwoordig onder een vergrootglas, waarbij vaak een eenzijdig beeld wordt geschetst van een extreem ogende, ongezonde hond met een korte levensverwachting. Met “Trots op mijn rashond” willen we hier een tegengeluid aan bieden. We gaan geen problemen onder het kleed schuiven, maar belichten wel op een eerlijke manier hoe de rashondenfokkerij zich ontwikkelt.

Er is sprake van een revolutie in de gehele rashondenfokkerij. Honden fokken luistert steeds nauwer. We hebben meer aandacht voor welzijn en gezondheid dan ooit tevoren, er zijn tal van wetenschappelijke doorbraken in het diagnosticeren van (erfelijke) ziektes of het ontwikkelen van DNA tests. Deze medische kennis wordt soms gebruikt om op humaan gebied mee verder te bouwen. Kennis die vaak wordt vergaard met grote hulp en inzet van diverse fokkers en rasverenigingen. De hedendaagse fokker werkt met veel kennis: rasverenigingen hebben fokreglementen waarin regels voor de gezondheid en het welzijn zijn opgenomen, ouderdieren worden uitvoerig gescreend, pups bezitten een DNA profiel, er zijn rasspecifieke instructies (RSI) voor keurmeesters om honden op mogelijke extremen in hun exterieur (of gedrag) te beoordelen, er zijn welzijnsteams aanwezig op shows en de Raad van Beheer geeft een vervolg aan het omvatrijke plan Fairfok. Er gebeurt genoeg, en er moet ook nog heel veel gebeuren. Toch is dit niet altijd duidelijk voor de maatschappij.

Het geluid dat de media vaak haalt als het gaat over rashonden is extreem. Er is niet of nauwelijks aandacht voor de positieve ontwikkelingen, de waarheid wordt verdraaid en er is sprake van fake news. Voor de gemiddelde hondenbezitter is het moeilijk om de bomen nog door het bos te zien, wat leidt tot misverstanden over de rashondenfokkerij.

En toch hebben we met rashonden ook iets heel belangrijks in handen. Veel rassen kennen een rijke historie, ze zijn deel van het cultureel erfgoed van een land en ze vervullen belangrijke taken. Rashonden zijn gefokt voor specifieke eigenschappen die ze hielpen bij het uitvoeren van taken. Niet al deze taken worden tegenwoordig nog door honden uitgevoerd en het gros van onze rashonden leeft nu als huishond, maar dat betekent niet dat hun cultureel erfgoed niet in stand gehouden dient te worden. De vaak interessante historie van rashonden is het waard om gekoesterd en bewaard te worden. Daarnaast worden de oorspronkelijke eigenschappen van rashonden ook vandaag de dag nog gebruikt: lawinehonden die zoeken naar vermiste personen onder barre omstandigheden, herdershonden die de kudde verplaatsen en bij elkaar houden of waakhonden die een erf of terrein veilig houden. Honden hebben ook nieuwe taken gekregen, waaronder de tal van verschillende soorten hulphonden, politiehonden, drugshonden en medische detectiehonden. Een ding hebben ze allemaal gemeen: deze honden zijn niet doorsnee maar geselecteerd op hun taak. Hiervoor moeten ze beschikken over de juiste eigenschappen, iets waar rashonden om bekend staan: voorspelbaarheid in het uiten van bepaalde eigenschappen, zowel in karakter als uiterlijk.

Een huidig probleem in de hetze tegen rashonden is de verdeeldheid die heerst onder fokkers. Waar de tegenpartij een duidelijk standpunt heeft, zijn rashondenfokkers meer dan eens bezig elkaar dwars te zitten. Hoewel een kritische noot en discussie zinvol zijn, is het ons doel om fokkers en kynologen meer met elkaar te verenigen. Ongeacht of men het op alle punten met elkaar een is, is het belangrijk om koers te bepalen over hoe we rashonden in de toekomst willen uitdragen.

Onze speerpunten:

  • Eerlijke informatie geven over rashonden. Zonder de problemen te ontkennen, maar door een compleet beeld te geven aan het brede publiek.
  •  Toekomstige hondeneigenaren informeren over de verantwoorde aanschaf van een rashondenpup en de zoektocht naar een geschikt ras.
  • Kynologen en verenigingen samenbrengen en motiveren om zich (gezamenlijk) in te zetten voor een betere positie van de rashond
  • Fokkers en (ras)verenigingen bijstaan met advies en door het verspreiden van kennis en nieuwe inzichten
  • De rashond op een positieve manier profileren: de positieve eigenschappen van rashonden en rassen naar buiten brengen

Dit gaan we doen op verschillende manieren. Zoals u van ons gewend bent blijven we ons inzetten voor eerlijke, objectieve berichtgeving over rashonden. Daarnaast komt er ruimte voor algemenere informatie over rashonden en individuele rassen. Hierin worden rassen geïntroduceerd op een manier die mensen aanspreekt en ze veel belangrijke informatie geeft. Er is ruimte voor algemene informatie over een ras wat betreft het exterieur, karakter en gezondheid, maar ook interessante verhalen en feitjes over rassen krijgen een belangrijke plaats op het platform. Hiermee maken we mensen bewust van de waardevolle geschiedenis en functie van onze hondenrassen.

Ook willen we consumenten handvaten geven in de aanschaf van een rashondenpup. Daarmee hopen we dat er steeds minder mensen zullen vallen voor een pup uit de illegale hondenhandel, iets dat veelal gebeurt uit onwetendheid.

Voor dit alles is ieders hulp welkom en nodig. Lever gerust informatie aan over uw ras dat we kunnen gebruiken voor online artikelen, wees aardig tegen toekomstige hondeneigenaren en wijs hen de juiste weg, verenig je met collegafokkers, deel de positieve kenmerken van rashonden via onder andere sociale media, op evenementen of gewoon aan geïnteresseerden in het ras. Alle beetjes helpen.

 

Trots op mijn rashond is een initiatief van

logo

 

Help de Sint Bernard met onderzoek!

Posted on: Wed, 10/23/2019 - 16:29 By: marjoleine

De Sint Bernard kampt zoals elk ras met een aantal problemen. Eén van die problemen is epilepsie.
In plaats van af te wachten op regels die worden opgelegd nam een groepje fokkers het initiatief naar de oplossing van het probleem te gaan zoeken op DNA-niveau.

 

Dogzine schreef al eerder over dit initiatief: er is contact gelegd met Rebekan Zurbrugg van het BetterBred team, verbonden aan UC Davis. Daar is men nu bezig het ras in kaart te brengen.

Om dat te doen is er een groep honden nodig die in de eerste drie generaties onverwant zijn. Dat is een stuk lastiger dan het klinkt. want niet iedereen is bereid zomaar mee te werken met een dergelijk onderzoek. Daarom worden er wereldwijd oproepen gedaan.
De noodzaak voor voldoende honden in de eerste groep is groot.

De initiatiefnemers vinden hun eigen verantwoordelijkheid groot: liefhebbers en fokkers van een ras zijn ook de beheerders van een ras en het is dus aan die beheerders er alles aan te doen dat ras zo gezond mogelijk te houden. De genetische diversiteit in kaart brengen en er vervolgens zoveel mogelijk van leren is daar onderdeel van.

De 100 honden die nodig zijn dienen bij voorkeur van over de hele wereld te komen, want het ras is ook verspreid over de hele wereld. Een internationale aanpak is dus van groot belang.
UC Davis begrijpt heel goed hoe lastig de eerste stap is voor veel mensen en daarom is de opstartfase zo goedkoop mogelijk gehouden, $ 50.

Daarvoor heeft een deelnemer een volledige rasanalyse op DNA-niveau, een rapport over de genetische diversiteit binnen het ras en een plan van aanpak om die diversiteit zo goed mogelijk te behouden. Er wordt aangeboden:
De IR-waarde (internal relatedness), waarmee zichtbaar wordt in hoeverre een hond is ingeteeld.
De DLA-waarde wordt bepaald, een waarde waarmee inzichtelijk wordt of de cellen van het immuunsysteem zeldzame types zijn of juist types die heel veel voorkomen.
De genetische diversiteit wordt bepaald, waarmee duidelijk wordt of een hond een unieke diversiteit heeft of niet, en hoe die diversiteit zich verhoudt tot de rest van de rasgenoten.
Allemaal belangrijke dingen die een fokker prima kan gebruiken in zijn keuzes bij het fokken.

 

Het belang van diversiteit is zo groot omdat daarmee de kans kleiner wordt dat ziektes zich uiten. Denken dat een ziekte uit een ras gefokt kan worden is een illusie, en zeker als het om complexe problemen gaat als epilepsie. Ziektes horen bij het leven en alle dieren (en mensen) dragen ziektes. Maar die komen lang niet altijd tot uiting en dat is natuurlijk waar het om gaat. Hoe groter de diversiteit, hoe kleiner de kans dat de verschillende “zieke genen” elkaar vinden en daarmee is dus ook de kans kleiner dat een dier een ziekte zal hebben. En dat is de reden dat inzicht in die diversiteit zo groot is.

Partnerkeuze op DNA-niveau, steeds meer fokkers beginnen zich te realiseren dat dit de toekomst zal worden als we gezonde honden willen.  En als dat is wat we willen, dan zal de DNA zichtbaar en inzichtelijk gemaakt moeten worden.

Bij de Sint Bernard zijn inmiddels meer dan 50 honden aangemeld. Dat is al heel wat maar nog niet voldoende. Wie belangstelling heeft om mee te werken kan zich aanmelden: betterbredsaints@gmail.com

afbeelding blog
Help de Sint Bernard met onderzoek

Van jachthond naar gezelschapshond; de Poedel

Posted on: Mon, 10/14/2019 - 22:12 By: manon

Wie aan een Poedel denkt, krijgt waarschijnlijk het beeld voor zich van een grote Poedel in showmodel, of een dwergpoedeltje die z’n oudere eigenaar vergezelt. En toch is het ras ooit ontstaan als een hardwerkende jachthond. Vandaag de dag zijn ze een rasgroep opgeschoven, van de waterhonden naar de gezelschapshonden.

Hoewel de FCI Frankrijk als land van herkomst heeft aangewezen, is hierover nog altijd discussie. Een andere theorie is namelijk dat het ras in Duitsland is ontwikkeld en z’n naam dankt aan het woord “pudel” wat naar het Nederlands vertaald zou worden als “poedelen”. Dit betekent zoiets als baden, in het water spetteren. Het ras zou zijn naam hier aan danken vanwege zijn oorspronkelijke functie als waterhond. Na de oorsprong in Duitsland zou Frankrijk er met de erkenning vandoor zijn gegaan, waar het ras ook wel bekend staat als “chien canard” ofwel eendenhond. Nog een verwijzing naar het “werkverleden” van de Poedel Zowel de Duitse als Franstalige termen zijn nog steeds correct voor wat de Poedel tegenwoordig is: een echte jachthond. Hoewel voor dit werk wel vaak uitsluitend de grote variant gebruikt wordt, doet een goede Poedel in de jacht niet onder voor de andere waterhondenrassen. Als allrounders apporteren ze waterwild zoals eenden en soms zelfs ganzen vanuit het water en op het land. Een andere theorie is dat de Poedel toch in Frankrijk is ontstaan, en zou afstammen van de Franse waterhond: de Barbet. Men selecteerde op een lichtere, minder grof gebouwde hond, en dat werd uiteindelijk de Poedel.

poedels

Ook de verklaring voor het huidige showmodel is alom bekend: de bollen rond de gewrichten en aan de achterhand zouden uit functioneel oogpunt ontstaan zijn. De kroesharige vacht is waterbestendig en werd voor grote delen kort gehouden om het niet te zwaar te maken tijdens het zwemen, maar ook om te voorkomen dat de hond verstrikt raakt in dichte begroeiing. De langere delen moesten de vitale organen en gewrichten van de hond extra bescherming bieden tegen de kou van het water. Tegenwoordig zijn er tal van trimschema’s voor de Poedel, waarvan sommige het grootste gedeelte van de vacht op één lengte houden. De meeste Poedels in de praktijkjacht zijn in zo’n functioneel kapsel gezet dat op één lengte relatief kort is geschoren of geknipt.

poedel

Dat de Poedel dan toch vooral als gezelschapshond is geëindigd, is waarschijnlijk vooral te danken aan z’n karakter. Poedels zijn van nature vrolijke honden die dol zijn op aandacht. Dat leent ze er voor om er meer mee te ondernemen dan alleen eendenjacht. Ze beleven er plezier aan om nieuwe dingen te leren en hebben een vriendelijk, aangenaam karakter. In Engeland werden de kleinere varianten van de Poedel ontwikkeld, die dankzij deze eigenschappen al snel in trek waren als gezelschapshond. En niet alleen de dwerg- en toypoedels bleken echte entertainers: deze karaktertrek zit verankerd in alle varianten van het ras. De Franse aristocraten omarmden de Poedel als gezelschapshond en daarmee werd het ras ook uitgebracht op shows. Deze karaktereigenschappen zijn nog steeds terug te vinden in de hedendaagse Poedels, wat verklaart waarom ze zowel plezier beleven aan de aandacht die ze krijgen op shows, maar ook in het jachtveld.

Deze ontwikkelingen binnen het ras vonden echter al plaats voor de oprichting van wat we tegenwoordig wereldwijd de meest invloedrijke kynologische organisaties noemen; de Canadian Kennel Club, American Kennel Club en de FCI. De CKC en AKC ontstonden in de 19e eeuw, en opvallend is dat de Canadezen de Poedel destijds onderbrachten in de sectie Retrievers. De Amerikanen kozen er echter voor om alle varianten te erkennen en in de rasgroep non-sporting te plaatsen. Dit is de rasgroep waar tegenwoordig een grote diversiteit aan rassen zich in bevinden, waaronder de Engelse Bulldog, de Dalmatische Hond en de Keeshond. De FCI erkent de Poedel in rasgroep 9, de gezelschapshonden, waar het ras haar eigen sectie heeft. De sectie “poedels” omvat alle variëteiten in zowel grootte als kleur. Alleen de United Kennel Club (UKC), een Amerikaanse stamboekhouding zonder samenwerking met de FCI, erkent de Poedel als zogenaamde “sporting dog” en accepteert ze ook op retrieverjachtproeven, waar al meerdere Poedels de hoogst haalbare titel wisten te behalen. Ook bij de North American Hunting Retriever Association (NAHRA) zijn Poedels welkom op jachtproeven. In Nederland kan de Poedel vanwege de onderverdeling in rasgroep 9 niet mee doen aan officiële jachtproeven, deze zijn voorbehouden aan de jachthondenrassen van rasgroep 3, 4, 6, 7 en 8. Wel zijn ze welkom en steeds vaker te zien op onofficiële apporteerproeven. Onlangs nog werd de derde editie van de Workingtest voor Krullen & Friezen gehouden, speciaal bedoeld voor de Friese hondenrassen en de jachthondenrassen met krulharige vacht, met diverse Poedels aanwezig tijdens deze dag.

poedel

De rijke geschiedenis toont aan dat de Poedel veel meer in petto heeft dan men op het eerste gezicht zou verwachten. Het imago van het ras is vaak ten onrechte dat van een truttig hondje. De Poedel is met de juiste training een harde werker en goede apporteur vanuit het water en op land. De Poedel is tegenwoordig geschikt als huishond en gezelschapshond maar heeft ook zeker sportieve kwaliteiten. Hun intelligentie en leergierigheid maakt ze geschikt voor verschillende takken van hondensport zoals agility, gehoorzaamheid en uiteraard de apporteersport. Wie er zelf tegenop ziet om geapporteerde eenden uit de bek van de Poedel aan te nemen kan zich ook nog verdiepen in apporteersport, waar uitsluitend met dummy’s wordt gewerkt.

Foto's: Angie Louter van Louter Creek Poodles

afbeelding blog
poedel

Hoe belangrijk zijn rasverenigingen?

Posted on: Fri, 07/26/2019 - 12:19 By: manon

Wie op zoek gaat naar een pup van een bepaald ras, komt vaak uit bij de rasvereniging. Toch zijn er vaak ook wel pups te vinden buiten deze vereniging om, soms zelfs sneller of goedkoper. Hoe belangrijk is het werk van een rasvereniging dan?

De kynologie is in Nederland opgedeeld in verschillende lagen. Bovenaan staat de overkoepelende organisatie met leden in Europa en andere landen van de wereld; de FCI. De kennelclubs van aangesloten landen zijn de leden van de FCI. In Nederland is dit de Raad van Beheer. Zij voeren het (FCI) stamboek, beheren de organisatie van wedstrijden, verzorgen opleidingen en hebben algemene welzijnsregels vastgesteld die voor alle stamboomnesten gelden. Hierin staat onder andere wat de minimale en maximale leeftijd is voor een teefje voor een eerste en laatste nest, hoe veel tijd er tussen de nesten mag zitten en hoe veel nesten ze in totaal mag hebben. Voor nesten heeft de Raad van Beheer onder andere bepaald dat bepaalde inteeltcombinaties niet gemaakt mogen worden.

Toch zijn dit allemaal algemene regels. Ze gelden voor alle rassen, zowel fokkers van Toy Poedels als die van Newfoundlanders moeten zich er aan houden en alle andere rassen natuurlijk ook. Wie verder kijkt, ziet dat er veel meer bij komt kijken om een goed, gezond nest te fokken. En daarin verschillen de rassen onderling sterk.
Zo hebben rassen allemaal hun eigen aandachtspunten. Waar fokkers van zeer grote rassen niet kunnen zonder de screening van gewrichten als heupen en ellebogen, is dit bij de kleine hondenrassen soms niet aan de orde. En waar veel kleine rassen juist alert zijn op problemen met de knieën, is dat voor andere rassen weer niet relevant. Deze verschillen kunnen onmogelijk allemaal worden verwerkt in één reglement van de Raad van Beheer, en daarom zijn er rasverenigingen.

Voor en door liefhebbers

Rasverenigingen hebben een voorzitter, bestuur en vaak meerdere commissies die zich bezig houden met bijvoorbeeld gezondheid, gedrag of hondensport. Deze functies worden meestal ingevuld door fokkers en liefhebbers van het ras. Daardoor kan een rasvereniging een waardevolle bron van informatie worden: ervaringen worden uitgewisseld en nieuwe leden kunnen hier van profiteren.

Verenigingsfokreglement (VFR)

Alle bij de Raad van Beheer aangesloten rasverenigingen moeten een verenigingsfokreglement hebben. Behalve de algemene regels van de Raad van Beheer moeten aangesloten fokkers zich ook aan deze aanvullende regels houden. Rasverenigingen hebben hier de kans om de aandachtspunten van het ras aan te stippen: benodigde gezondheidsonderzoeken die relevant zijn voor dat ras, eventueel een gedragstest of werkproef, showresultaten etc. Ook maatregelen om het ras in de toekomst gezond te houden worden hierin verwerkt. Veel rasverenigingen stellen een maximum aantal dekkingen dat een reu mag doen om te voorkomen dat enkele dieren een te grote invloed krijgen op de populatie. Ook kan een rasvereniging er voor kiezen om de algemene regels van de Raad van Beheer aan te scherpen, bijvoorbeeld in het maximum aantal nesten voor een teefje, de minimum- en maximumleeftijd voor een nestje en de verwantschap van een combinatie. Dit VFR wordt opgesteld door de rasvereniging, in overleg met de leden, en wordt goedgekeurd door de Raad van Beheer. Vanaf dat moment moeten aangesloten fokkers zich aan het reglement houden. Doen ze dat niet, dan kunnen ze een sanctie krijgen of geroyeerd worden. Het beleid hierin wordt ook door de rasvereniging zelf opgesteld. Wie zich niet aan de algemene regels van de Raad van Beheer houdt kan een boete riskeren, krijgt mogelijk geen stambomen bij een nest en/of moet zich verantwoorden voor het tuchtcollege.

Wie een pup koopt via een fokker die is aangesloten bij de rasvereniging kan er daarom vanuit gaan dat de combinatie voldoet aan de specifieke eisen voor dat ras. Wat dit precies inhoudt verschilt per ras.

Meerdere rasverenigingen

Zoals bij alle verenigingen, kunnen ook binnen rasverenigingen conflicten ontstaan. Omdat er maar ruimte is voor één reglement, kan het altijd voorkomen dat een deel van de leden zich hier niet in kan vinden. Sinds enkele jaren is het binnen Nederland toegestaan om meerdere rasverenigingen voor één ras te hebben. Dit gebeurt dan ook in veel rassen, zij kennen twee of zelfs meer rasverenigingen die onderling andere standpunten hebben. Hierin is geen goed of fout aan te wijzen, maar het kan wel zo zijn dat de ene verenigingen beter aansluit bij jouw wensen dan de andere. Bestudeer daarom het verenigingsfokreglementen goed. Deze zouden te vinden moeten zijn op de website van een rasvereniging en anders op te vragen bij het bestuur.

Fabel

Toch is het voor iedereen mogelijk om buiten alle rasverenigingen om te fokken. Hoewel leden van een aangesloten rasvereniging korting krijgen van de Raad van Beheer op de stambomen voor hun pups, is een lidmaatschap geen verplichting om een stamboom te krijgen. Staat de fokker niet genoemd op de fokkerslijst van een rasvereniging? Let dan zelf goed op of hij of zij op een verantwoorde manier fokt en met de relevante gezondheidsonderzoeken. Een goede fokker kan documenten van gezondheidsonderzoeken en eventuele gedragstesten, werk- en showresultaten laten zien aan geïnteresseerden.

De term “lid van de Raad van Beheer” wordt nog wel eens ten onrechte door fokkers gebruikt. De Raad van Beheer is een overkoepelende organisatie voor verenigingen. Hun leden zijn de aangesloten rasverenigingen en kynologenclubs, maar individuele fokkers kunnen geen lid zijn van de Raad van Beheer. Wel kunnen ze fokken volgens hun regels, maar dit betekent dat ze zich enkel dienen te houden aan de algemene regels die voor alle stamboomhonden- en nesten gelden. De rasspecifieke regels vallen hier niet onder.

Tot slot

Wie via een rasvereniging op zoek gaat naar een pup weet dus dat de pup is gefokt volgens de regels die door de rasvereniging zijn opgesteld en toegespitst op het ras dat je zoekt. Dat betekent niet dat zelf onderzoek doen overbodig is geworden, maar het fungeert prima als begin van de zoektocht naar een verantwoord gefokte pup! De rasvereniging is een prima plaats om tips en adviezen te verkrijgen over het ras en de aanschaf van een pup.

Subscribe to